het zwarte stoompaard stormt snoevend langs huizen links en rechts van hem, schiet voorbij verschrikt opkijkende gezichten van mensen op weg, zijn metalen hoeven klepperend op de duizenden donkerrode bakstenen. zijn zijdezachte berijdster draagt een okerblauwe cape die naar achter geslagen op en neer wappert terwijl ze voorovergebogen met haar armen om zijn hals fluistert. na honderdveertig dagen en nachten glanzend razend inktzwart draaikolken stort het paard in, struikelend over zijn poten, zijn spieren zwetend, en met een olympische dreun scheurt het over de straatkeien en eindigt. aldaar hopt zij met lichte tred van de massa lillend paardenvlees af en slentert achteloos verder met haar cape als cocon. the butterfly blast band schreeuwt en stompt en rolt en dendert tot vlak naast haar. het babykoekje in haar mond. rode kringen onder haar ogen met felblond haar tot haar navelgat. de lege ringvinger reflecteert in het grote voorraam van de huiskamer. 'you're not the man i'm looking for'; 'i want to séé the music'; 'is this a personal visit?'; ze geeft de papieren en gebaart. een vers paard gallopeert de hoek om en stopt glimmend vlak voor haar voeten. weg is ze.
21-05-2008
28-04-2008
omwinding
once upon a time was er eens een egeltje dat zijn naam droeg. hij had een ringbaardje en drie vrouwen en zijn stekels kon je meestal niet zien, omdat ze plat op zijn rug lagen. dag na dag sloop hij door het loof en porde met een stokje in de grond op zoek naar water. je realiseert je dat misschien niet meteen maar wat een egel nodig heeft is niet drie vrouwen, maar genoeg water om de dag door te komen en een stokje om te porren op onverwachte plaatsen. mensen mensen, deze egel verveelde zich als een varken. er gebeurde nooit iets en too much of nothing can drive a man insane. toen, en het was een vrijdagmiddag, gebeurde er eindelijk iets. terwijl de egel onder een struikje zat uit te rusten kwam er een engel naar hem toe en die zei: dit is het Woord en lees het. en de egel schrok van de engel en liep naar haar toe. en zo omhelsde de egel de engel en de engel de egel en toen zij verdwenen was, viel de egel in een diepe slaap en toen hij weer wakker werd vond hij naast zich een boek dat hij las. de egel merkte niks, maar hij veranderde op monsterachtige wijze, hij transformeerde waarachtig. zijn stekels maakten plaats voor een knapzak. zijn stokje groeide uit tot een wandelstaf. zijn ringbaardje vergrijsde en groeide tot op zijn knieën. zijn charmante gezicht kreeg rimpels en kieren en gaten. zijn tanden vielen uit of vergeelden. zijn ogen waterig van whisky maar helder en doorzienend; hij stond op maar boog zijn rug en toen was hij weg en op weg. hij vond al snel een pad en liep en liep tot aan de horizon en ver daarvandaan en hij keek of kwam niet terug.
toen hij weg was, vreesden de drie vrouwen van de egel alledrie voor het ergste, want ze hielden van de egel en de egel had van hen gehouden. de eerste dag dat de egel weg was, gingen ze naar bed met een vervelend gevoel in hun onderbuik en droomden ze hevig. toen de egel de tweede dag nog niet terug was, vroegen ze alles aan iedereen, maar ze kregen geen antwoord. op de derde dag keken ze zichzelf diep in de ogen totdat hun eigen ziel zo helder ging schijnen, dat hun irissen lichtblauw werden.
de eerste egelvrouw stortte zich in diep wild gat met wijd opengesneden polsen.
de tweede egelvrouw bleef wanhopig wanhopen en troostte de kinderen.
de derde egelvrouw ontpopte zich en vloog naar de zon, haar man achterna.
en het lijk van de eerste egelvrouw bleef liggen waar het opgehouden was. de eerste dag was dat een sereen, bijna schilderachtig tafereel. de tweede dag werd het aangevreten door een vos en stroomden de insecten in zwermen toe. op de derde dag rotte het en stonk het en werd het vlees ravenzwart, en haar ogen verloren hun glans. toen kwam de engel terug en bedolf haar onder grond en houtsnippers en droge bladeren en de natuur slokte zichzelf langzaam op als een slang die in zijn eigen staart bijt.
04-04-2008
i screamed and i kicked and my words were a-snarlin'
wat is de ballantinesdemon en bestaat hij
zou ze On The Road lezen - in het engels - voordat ze weggaat en aankomt
wanneer zou dat zijn
waarom heb ik het idee dat ik veel meemaak, terwijl er alleen veel om mij heen gebeurt
ontstijgend aan eerstejaarsgedrag belandde ik in het niemandsland van anderen, rokerig en prikkeldraad rondom: maar ik hield mijn hoofd zoveel mogelijk boven water - het water dat ik zag veegde ik zachtjes weg - en uiteindelijk kwam het hier op neer: als er niemand in de buurt is kan je zo hard (en veel) roepen als je wilt.
als hij bestaat, achtervolgde hij mij groepsloos van het begin tot het einde van desolation row en zij was op weg naar huis zonder richting, nu onzichtbaar en zonder geheimen om te verbergen.
alles is een toneelstuk en toen was mijn rol uitgespeeld.
het einde van het verhaal is mij ingefluisterd. toen kwam ik bij een muur en dwars erin kerfde ik met krijtwitte letters:
HOW DOES IT FEEL?
en ik viel in slaap op de tweede verdieping.
mijn droom was een metaforische weerspiegeling van dit alles.
ik werd wakker en de planeet overspoelde met zwart water.
toen zat ik in de trein op weg en keek ik meer om mij heen dan dat ik las - in het boek dat eigenlijk geen boek is maar één grote lange beweging - en alleen in mijn eigen oor klonk een liedje van de vorige avond - maar dit keer was ik niet omringd door sinaasappelwalmen en waterkanonnen en prille filosofen - en toen alles bewoog dacht ik na en spiekte ik sluiks. ik lachte wat voor me uit om de stand der zaken in geluid te vangen.
daarna, toen alles stopte, had ik een besluit genomen. en voor vier woorden ('he, hoe heet je?') kreeg ik vier letters terug. bovendien nog een glimlach en een belofte die ik maar los moet laten, want controleren kan ik hem niet - en wil ik hem niet.
en ondanks dat alles, ondanks wat dan ook, eigenlijk compleet los van alles fladdert ze straks naar mexico. je kan mij niet vertellen dat mijn timing niet perfect is. in dit geval, in elk geval- mexico dus.
("remember durango, larry?")
