Posts tonen met het label parafrasering. Alle posts tonen
Posts tonen met het label parafrasering. Alle posts tonen

02-04-2011

eendeneinde

Er komt een auto aan. De eend zal snel niet veel meer dan een vlek op de weg zijn, onder de wielen van het busje. Rijdt over zijn omhoogstaande kop heen of over zijn achterlijf, een andere man om het eendenlijkje op te vegen. Mijn mond in de kreet. ingewandensliert naast hem op het asfalt. Een bloedplas op het asfalt. Een vierkant neutraal wit lelijk onopvallend busje. De koplampen schijnen op het asfalt. wit lelijk onopvallend. Er komt een busje aan. Een vierkant neutraal lelijk witte onopvallende auto. De koplampen schijnen op het asfalt en twee eenden lichten op. weinig geluid misschien. Het busje nadert. Ik rijd verder. Er is niks platgereden. Ik kijk achterom. glazige blik. Ik stoot een wiel van het busje precies over het midden van de eend. einde. wild wegfladderend in het koplampenlicht, binnenstebuiten gekeerd zonder dat ik geluid maakte. Ik kijk achterom. Mindert geen snelheid.. Ik denk naast zijn omhoogstaande kop, zijn maag ligt in een open kreet uit. onder het rechterwiel van de auto mijn hoofd binnenstebuiten gekeerd zonder dat hij het zelf begrijpt. Ik rijd niet door. De eend nadert snelheid. De eend komt over de eend, zijn kop overeind. Misschien eet een kraai mijn ogen, wild wegfladderend. Mijn gezicht verhard. alsof er niks gebeurd is... de volgende auto zonder snelheid te minderen , alsof hij verbaasd is. De eend rijdt verder. Ik rijd over een asfalten weg plots alleen. tot pulp gereden door de wielen heen en weer en mijn mond hangt dat hij hangt nog. De eend nadert rommelend, hij beweegt niet.. misschien net op een andere plek. Er is niks onder de wielen overeind. vaker platgereden eenden zitten op de weg en lichten kreten uit. een opeenvolging van auto’s binnenstebuiten gekeerd, ze liggen vierkant over de weg. Ik zie hoe hij op de weg zit, abstracte kleine gebeurtenis, misschien net op een andere plek. zijn achterlijf doodgereden, Zijn nek staat nog moeiteloos op het asfalt. de volgende auto stelt weinig voor. Ik rijd verder. Twee eenden, één eend, maar ik heb er nog nooit een zien worden.. Hoe de auto de eend rondtolt onder de wielen, Het maakte van het busje de eend. Hoe eenden over de weg schieten, ik zie er komt een andere naast hem op het asfalt. Het is misschien net een kleine gebeurtenis. Dan krijg ik een vraag, mijn hoofd aan het rommelen.. Het busje, de eend, rijdt, vliegt op, de andere eend niet misschien. Ik stop en zonder gedachten zie ik hoe de eend over mij heenrijdt, zijn kop nog omhoog en Ik vraag me af of ik nog leefde.. Misschien wordt het op de weg een tijd lang niks, hij vliegt op en zit omhoog tot hij op de weg ligt, voordat hij eindigt over hem heenrijdt levend.

02-10-2009

parkwachterspakjes

Het gordijn in mijn kamer wiegde in de wind, zodat het zonlicht in golfjes naar binnen stroomde. Ik lag op mijn rug, met mijn ogen dicht, en neuriede wat voor me uit. Gedachtes schoven langs als wolken; in de grijstinten herkende ik hier en daar flarden van vrienden en gebeurtenissen.

Een lage, harde trilling schokte mij ineens uit mijn overpeinzingen. Fraaie wolkenpartijen schoten door elkaar heen als inktvlekken, losten toen op; en enigszins afgeleid keek ik naar mijn plafond, terwijl de slaap zijn deken van mij af rolde. Een schilderijtje van mijn tante Marie schoof zachtjes langs de muur naar beneden en stootte de vaas met gele bloemen om, zodat ik een koude plens plantenwater in mijn nek kreeg. Tijd om op te staan.

Terwijl ik een toastje stond te smeren in de keuken begon ik opeens op een vreemde manier te dansen. Mijn knieën bogen door en maakten slingerende patronen, terwijl ik mijn armen op en neer gooide alsof er elastiekjes aan mijn ellebogen zaten. Het toastje met jam belandde met een glorieuze boog in de pan erwtensoep en verzonk pruttelend in de groene smurrie. Intussen werd ik door mijn spastische chickendance de huis uit geleid; het stopte pas op de drempel van "In Den Blije Belg", het dorpscafé waar ik nooit naar binnen ging. Dit keer kon ik wel wel een borrel of twee gebruiken.

Binnen was het warm en rokerig. De verlichting was bruinrood, net als de barstoelen en de barman zelf, die onrustig heen en weer liep met een vieze lap. Nadat ik een dubbele jonge jenever besteld had, barstte hij los.
"Jopen, jopen, wat een dag! Mijn wijffie heeft me flink gedroepeerd, en nu zit ik met de balen. Wat moet ik godverdegodver aan met die knalpot? Niet alleen hangt mijn ziel aan haar haak, ook mijn hart zit in de knoop!" Hij zuchtte eens flink.
"Luister, Joop", zei ik, nadat ik een flinke slok van mijn borrel genomen had, en mij stevig ingeleefd had in de situatie. "Je zit in een hopeloos parket. Verkoop de kroeg aan mij en neem je vrouw mee op een reis naar Servië. En geef me nog een borrel."
De arme barman was nu in tweestrijd. Uiteindelijk schonk hij mij een tweede borrel in. Ik zag dat hij aan beide handen maar vier vingers had: toch zag het er natuurlijk uit, alsof een vijfde vinger bij hem overbodig zou zijn.
"Gped dan," zuchtte de barman, "ik verkppp je de krpeg. Kpm de sleutels mprgen maar halen. Mmblblbmbl." Van verdriet kreeg hij zijn mond bijna niet meer open. Hij probeerde er nog wat aan te trekken met zijn vreemde handen, maar er was geen beweging in te krijgen.

"Oké Joop, ik zie je morgen", zei ik, en ik liep de donkere kroeg uit. Op straat waaide een straffe oostenwind. Een paartje van een jaar of 50 kwam langshollen, terwijl hun paarse sjaals om hun hoofden wapperden. Ik riep ze een vies woord na, dat gelukkig met in de wind verwaaide.

01-04-2008

a stroke of moneyluck

hom pom pom
tra la la

ik heb mijn eigen stijl

hoi hoi hoi
pom pom pom


ik speel in mijn gedachten al een tijdje met het woord 'knekelput' door het te verdraaien en uit te rekken en ik stel mij vanalles voor bij de inhoud van een knekelput en er moet ook zoiets zijn als een knekelputgraver en een knekelputvuller en wat dacht je van een knekelputopgraving -

toen ik vandaag in de sloot keek, met een hand aan de lijn - en de opening in mijn rechterbroekzak (pardon linkerbroekzak)- zag ik capita selecta groenheid. doorzichtig bruinig viezig water dat ik niet zou drinken - even rondgooglend overigens zou ik het misschien wel drinken uit waterzuiverende rietjes. wit bedrukt plastic ontdopt drijvend langzaam zinkend flesje. eend of ander gefladder. en hoe heet dat spul eh kroos.

KROOS

overal in ons FUCKING land ligt KROOS in het FUCKING water

en het verste dat je met de trein kan komen is groningen (dat is pas echt dramatisch, mensen en dames, ook als je er niet eens zó lang over nadenkt)

en het is ook de vraag of lopen niet gewoon rondjes draaien is op een iets andere schaal

nu weet ik misschien wat het is! zijn de schoenveters van de hersenen van veel van ons misschien net iets te strak aangetrokken? het is maar een vraag zonder antwoord.