het zwarte stoompaard stormt snoevend langs huizen links en rechts van hem, schiet voorbij verschrikt opkijkende gezichten van mensen op weg, zijn metalen hoeven klepperend op de duizenden donkerrode bakstenen. zijn zijdezachte berijdster draagt een okerblauwe cape die naar achter geslagen op en neer wappert terwijl ze voorovergebogen met haar armen om zijn hals fluistert. na honderdveertig dagen en nachten glanzend razend inktzwart draaikolken stort het paard in, struikelend over zijn poten, zijn spieren zwetend, en met een olympische dreun scheurt het over de straatkeien en eindigt. aldaar hopt zij met lichte tred van de massa lillend paardenvlees af en slentert achteloos verder met haar cape als cocon. the butterfly blast band schreeuwt en stompt en rolt en dendert tot vlak naast haar. het babykoekje in haar mond. rode kringen onder haar ogen met felblond haar tot haar navelgat. de lege ringvinger reflecteert in het grote voorraam van de huiskamer. 'you're not the man i'm looking for'; 'i want to séé the music'; 'is this a personal visit?'; ze geeft de papieren en gebaart. een vers paard gallopeert de hoek om en stopt glimmend vlak voor haar voeten. weg is ze.
Kapahaka
11 jaar geleden
