21-09-2008

ach wat leuk

het niemendalletje loopt over straat. zijn vingerige handen steken diep in zijn zakken en zijn kraag staat hoog opgeslagen. vaders stoten hun zoontjes stiekem aan. 'kijk, een niemandalletje! dat zie je ook niet vaak!' fluisteren ze. de zoontjes knikken en glimlachen. zij hebben er al wel eens eentje gezien op internet, maar in het echt is toch anders.

dan komt hij een vriend tegen. 'he gabber!', kwakkelt het niemendalletje, 'alles kits met je wijf en kids? ga je mee een broodje frikandel bloedbad halen bij Snekjan? fiftyfifty gewoon?'. maar de vriend negeert hem zo keihard, dat het niemendalletje ervan tegen de vlakte slaat. gelukkig is er een oud omaatje om hem overeind te helpen, want in zijn eentje was dat moeilijk geworden. dat komt natuurlijk door die specifieke traliebouw, die het niemendalletje eigen is! met slurpende stem roept hij BEDANKT maar het mensje hoort hem niet: ze luistert snoeiharde miles door haar enorme headset, die aan alle kanten rood en oranje flikkert op de maat van de beat.*

maar goed. wat niemand weet is dat het niemendalletje voordat hij de straat opging een viagrapil gepopt heeft. het heeft een buitengewoon raar effect op zijn gestel - uit zijn mouwen schieten constant wc-papiertjes en nu krimpt zijn mond in tot een klein zwartomlijnd puntje, zodat hij, eenmaal bij Snekjan, zijn broodje met woeste gebaren moet bestellen. ze kijken daar overigens niet raar van op. met al dat bajesvolk zijn ze wel vreemder gewend; bovendien is het meneer zijn vaste bestelling. het niemendalletje steekt het kleffe, ranzige broodje voorlopig in zijn broekzak, want eten wil even niet natuurlijk, en slentert richting amsterdam-zuid. de lantarenpalen waar hij langsloopt buigen door hun steeltjes en schieten dan weer -plonk!- terug in de houding, waardoor hij veel bekijks heeft onder de vrouwelijke straatpopulatie (de mannetjes zijn niet onder de indruk, die hebben het te druk met het strelen van hun eigen egootje. kijk, daar heeft er zelfs eentje een egootje - nou, zeg maar gerust ego - van twee meter tachtig! god, daar ben je mooi klaar mee, stel je voor. vergeet het maar je nachtrust.). en toen


*


17-08-2008

right-y-o

heeft al, ooit, op mijn blog gestaan.

nog steeds de moeite waard. (?)

02-08-2008

dugheart blues

- pauze -
snel! terug naar het aanrecht! denkt de vrouw met het schort opgespannen tot haar harige oksels. ze trekt haar reetveter op als een voetbaltrofee en snelt de trap af, beide handen ritmisch op de leuning meppend.
over de rottende rivieren van rotterdam varen duizenden skeletschepen volgens een vast schema heen en weer. ik geloof dat ze kaviaar aanvoeren, en in elk geval olijfolie - eerste persing premium, echte luxe de luxe - waarmee ze als hun gewicht in dollars binnenslepen.
hij zet de tv aan en zingt de tweede stem mee. alles ruikt naar ei en parfum. maar al te graag laat hij zich vallen op de bank, maar als je eenmaal ligt moet je weer opstaan - wat een moeite! liever liggen dan maar. liggen tot betere dagen vanzelf onder de gesloten deur door druppelen. ze komen heus wel! en desnoods langs de shop voor een blootje.

stiekem denk ik wel eens, sommige van de dagen dat ik op tijd wakker word, dat een butler aan mijn deur klopte. "meneer", zegt hij, 'U bent de rechtmatig opvolger van hare majestestesteit de koningin, wilt u even meekomen naar dat paleis ergens middenin het haagsche bos?'
zachtjes dwingt hij mij uit bed, kamt mijn haar en sleept mij een endje mee, zodat ik uiteindelijk fris en uitgerust doch enigszins bevreemd arriveer op mijn plaats bestemming. wel kan ik met gerust hart beweren dat ik altijd al aangevoeld heb op zijn minst van adel te zijn. men ouvreert de deur uitermate deftig voor mijn persoon, waarbij geöliede hengsels soepel om hun as manouvreren (daarbij weinig tot geen gerucht producerend). de pers vraagt mij wie ik ben. ik kaats keurig terug en men ontvangt nul op rekest.
ik ontmoet mijn rechtmatig moeder handkussend. zij verhaalt van een romantische escapade - inderdaad een jaar of éénentwintig in het verschiet - waarbij er sprake was van buitengewoon harde gemeenschap. zij kleurt rood in haar façade. daarna overhandigt zij mij beheerst haar gulden kroon en vraagt mij vergiffenis, die ik haar verleen - de gebeurtenis bekrachtigend met een fles buitengewoon expensieve port.
nu regeer ik de nederlanden daadwerkelijk, rechtlijning en eensgezind.

15-07-2008

artificial boobs are gay (wie voelt ruikt onkruid)

regen slaat roundabout mary in het gezicht. ze loopt de dikke verlaten winkelstraat door, maar een rechte lijn is het niet. heen en weer, één voor één kust ze de winkelruiten met haar heupen. ze kussen terug - iedereen houdt van haar - en weerspiegelen haar wijfelend. dan verdwijnt ze plots in een zijstraatje dat daarvoor nauwelijks bestond. weg.

kartonnen dozen vol wijn en sigaretten wachten achter het poortgebouw. johnny cash heeft een sleutel om zijn nek hangen en vraagt: you on your way down? je knikt. hij begint te dansen als een vrouw van middelbare leeftijd die véél te veel wijntjes op heeft. op de achtergrond dansen blondines met een vijandige blik mee op zijn ritme, giechelend als schoolmeisjes van veertien. onzeker van je zaak huppeldans je een tijdje mee. eigenlijk heb je maar één move. dan duik je tussen cash's dijen door.
eenmaal binnen bestaan de muren uit boksen, die pompend hun muziek naar buiten laten stromen. de grond deinst mee. vanuit alle gaten en hoeken vloeien de gebakken kippetjes af en aan. geld bestaat niet maar dollarbiljetten vouwen zo lekker, dus iedereen heeft een stapel in zijn zak en een oneindige voorraad verstopt op geheime plaatsen- denk aan kalkgrotten, open haarden met een geheim deurtje, enorme combinatiesloten met intieme cijfercombinaties. nachtclubs; neonlichten; pinkringen; kraakpanden; babylon revisited;

je stalt je harem uit op een pleintje. 'iedereen met een roze slipje' commandeer je op gebiedende wijs. drie stappen er naar voren, vier, vijf; de rest druipt af met de tambourijn tussen de benen geklemd. de knip in de vingers (stylish). alright. het beest in je roert zich en ruikt de oppervlakte. de perfecte schuimkraag op je biertje, de roze slipjes nu duidelijk op je netvlies, mary jane knipoogt sluiks en kijkt verlegen naar haar gelakte, op en top verzorgde tenen. alles wat in je zit wil naar buiten barsten maar daarvoor is het nog lang geen tijd, met een avond vol spanning en avontuur in het vooruitzicht.

spanning en avontuur: een boogschutter gallopeert op zijn trotse, zwarte paard met ongekamde manen zonder zadel door de inktzwarte nacht. bomen schieten aan weerszijde van zijn vlijmscherpe pijlpunten voorbij, en de paden die zij betreden zijn van hen alleen. on the horizon doemt het silhouet van een grim kasteel op, indrukwekkend, angstaanjagend, massief, te hoog voor mensenhanden, te grijs. in één van de vier torens ongewtijfeld een maagdelijke schone met blonde krullen, met poetische aspiraties - haar output minstens vier liefdesbrieven per dag -, in de rest van de torens een gros stoere schildwachten, zakken vol goud, wandtapijten kroonluchters, een dozijn hemelbedden en een feodaal heerschap met gekromde armen, verblind door hebzucht maar geslepen als een vos.

erica jones slaapt rustig terwijl haar keel op het punt staat doorkliefd te worden met een broodmes. niemand beweegt zich meer in zijn slaap dan zij. een pijl slaat in het hout van het raamkozijn met een TOK van jewelste. haar juwelen bedekkend spiekt ze naar buiten, adrenaline vloeit door haar bejaarde aderen als zand uit een gebroken zandloper van glas - als plotseling van achter een enorme hond haar bespringt, zijn klauwen uitgesperd, zijn kwijlende hoektanden klaar om haar halsslagader open te scheuren. het bloed vloeit met liters terwijl ze zachtjes ijlt om hulp, één één twéé.., één één twéé.., één één twéé..

06-07-2008

twee hoeren van zware zetels (made you cry?)

hoooo dessahaaaa dessamet je hoofd als een drol en je vogels in je volière en je moeder is sex en je paard dat ik, als die meeat, tja.
truffel heef niets meer iets te zeggen, want als ik mocht kiezen voor een plan dan waren het drie heggen
oegie

de naam van mijn grootvader zaliger: WC.
ik was boos. vreselijk boos en bovendien bang. voor haar moeder. vooral voor haar moeder - haar vader kon mij nog wel uitstaan, het was vooral die moeder. die snol, die hoer, die heks; wat een feeks; een rasrechte king-mongool, een baviaan, een neanderthaler in de omgang, een bordenwasser, ze hield van anale seks in standje C.
en zo verzonk ik in gepeins langs een wachttoren van drie akkoorden. oh mijn hoofd, ik moet even liggen schreeuwde ik. niemand reageerde.
OH MIJN HEMEL dacht ik BEN IK HIER HELEMAAL IN MIJN POEPIE EENTJE of hoe zit dat? nee hoor, niemand nam de moeite even terug te schreeuwen. ik werd er opgewonden van. en opnieuw bevond ik mij tussen licht en duisterheid, respect afdwingend met een konijntje uit mijn hoge hoed. daar was de wachter niet blij mee. omdat, zei hij, ik last heb van mijn innerlijke VAIP hehe. sorry pardon. excusezmwah
MWAH. kutfransoosjes met hun roze billetjes en dozen vol baggerwijn geïmporteerd vanuit het verre zuiden zonder reden dat wil zeggen, ik was natuurlijk wel jong en onervaren desalnietteminemundo ik houd van de taal en ik aanbid deze ware het de bijbel zelve.

ja mijn trots kende geen grenzen tien jaar geleden op die woensdagmiddag. de grote omslag was oh, oh, een snoetig snabbeltje van gesoleerde kraambewegingen - mierenneuken lijkt mij een fijne bezigheid. het bezorgt de echte man tenminste een uitdaging waarmee ik maar wil zeggen
DAT/DEZE/MIJN EIGEN EGOCENTRISCHE KNUFFELNEIGINGEN
alles is relatief en mijn hoofd bonkt op jouw bank als één serieus vrachtje maïskolven. niet twee.

met vriendelijke kotsneiging,
PIETERNEL EN HAAR BLAUWE PENISKOKERES

P.S.: snuivende nichten zijn nooit de moeite waard. lees Icarus er maar op na GODVERDOMME pijpfuckingslethoer met je hoofd in een rioolpijp en je snor ongekamd als een heksenjacht op the fourth of july (zondag) amen.

P.P.S.: serieus dude, je hoofd is om te janken en je tranen zijn goud waard

29-06-2008

disclaimer

het was sunset. ze zaten op een heuveltje in de duinen met zijn tweeën, een fles goedkope rode wijn halfleeg rolde over de grond, ze zaten op zijn jas (verdomme) met hun armen in elkaars nek. de grote gloeiende lichtbron danste al een tijdje sereen op de kleine golfjes. een klein briesje liet hun haar wapperen als modellen op de catwalk. niemand had last van zenuwen of zweethanden. in deze kleren voelden ze zich het lekkerst. aan dit parfum hadden ze de beste herinneringen. er was geen eindtijd vastgesteld. niemand had honger.

'hoeveel peniskokers heeft een man nodig?' zei hij kinky.
'wat?! ' riep ze, opgeschrokken uit haar roes.
'hoeveel peniskokers heeft een m..' herhaalde hij. 'laat maar.' maar hij dacht: 'oeps.'
'godverdomme teringlijer, dat doe jij nou altijd. zitten we net lekker op het strand te chillen, kom jij met je 'laat maar'. ik word gek van dat gelaatmaar. ik kokhals ervan. je zoekt het maar uit. ik ga nu opstaan en daarna trek ik mijn sjaal aan en knoop ik mijn jas dicht en dan schroef ik de wijn dicht met die handige schroefdop en daarna strik mijn veters nog een keertje, want die zitten een beetje los. hierna pak ik mijn tasje en zal ik beginnen te huilen alvorens u een flinke mep in de face te verkopen. ik ren naar huis en kom mijn moeder tegen. ik leg alles uit en zij zal zeggen: 'geen nood meis kom maar zitten, ik maak lekkere warme chocolademelk met slagroom en een rietje. ik kom tegenover je zitten en voetjevrij met je tot je niet meer nadenken kan.' hierna volgt alweer een uitgebreide expliciete lesbische scène met mijn mamá. het is elke keer hetzelfde liedje. ik word gek van de sleur.'

'sleur rijmt op etteleur' pruttelde hij er nog zwak tegenin.

14-06-2008

whisky en een orkest part II

iedereen slaat met sambaballen en dans de rumba naast zeemeerminnen in het geel en iedereen haalt nog één keer adem voor de laatste brul van de avond:

'misschien is het tijd om deel twee van het verhaal te lezen. lekker cognacje erbij. pindachips. strak tshirtje. houten brulkikker. oranje plakbandjes. kip-pesto-broodjes. lekker vol buikje.'

26-05-2008

het jezustafeltje

ik liep fluitend door het parkje bij jou om de hoek. om mijn hoofd zoemde hier en dan weer daar wat ik al snel bestempelde als een bij. ik volgde hem fanatiek met mijn ogen, terwijl ik daarbij mijn hoofd in de meest moeilijke posities wrong. het werd al snel een ingehouden dans met de natuur.
zo, al wriemelend en rap spastisch rondlopend, bereikte ik de rand van het horizonbrede meer. het eerste dat mij opviel was de kobaldgroene kleur van het water. vanzelfsprekend klemde ik mijn handen samen tot een kommetje en nam mijn eerste slok. nu hoorde ik de dieren praten en de bomen in gregorisch aandoende zanglijnen mijn naam fluisteren. snel nam ik een tweede, iets grotere slok. mijn organen leken iets naar rechts te trillen. wel verdween het gepraat en gefluister meteen. dat stelde me gerust.
honderd meter verderop op three o'clock ritselde er iets in de bosjes. uit refleks keek ik opzij, maar nu gebeurde er iets vreemds. mijn hoofd kon, eenmaal in beweging gezet, niet meer stoppen te draaien. de horizon en de vertizon wisselden elkaar af in een verwoestend tempo en ik hoorde met mijn ogen, zag met mijn tong en proefde met mijn oren dat ik bloed spuwde. een geel slijmerig goedje droop uit mijn neusgaten, misschien gal. het gebeuren was duidelijk niet erg goed voor mijn humor.

toen ik wakker werd lag ik in mijn bed. de zon scheen als een malloot en vogels floten hun longen binnenstebuiten. verder was er niks. maar ik schold op mezelf en slingerde mijn benen uit bed. tot mijn schrik ! waren ze gevoelloos, en ruim twee keer zo zwaar als de dag ervoor. ik haalde de rug van mijn hand langs mijn neusvleugels en snoot. het kostte me al mijn wilskracht om naar buiten te strompelen, waarbij mijn benen mij eerder twee loden pijpen leken, onsmakelijk lichtbehaarde hompen vlees die ik met mijn armen vooruit moest tillen. biddend tot goden en mensen vervloekend trok ik mijn hielen voort tot ik weer oog in oog stond met die kobaldgroene uitgestrekte vlakte. het water golfde nu lichtjes en leek plastisch. en ik hief mijn vuist, stootte hem werkelijk de lucht in.
van achter mij gooide iemand een tak tegen mijn hoofd. op het moment van de klap meende ik even het hoofd van een enorm zeemonster te zien roeren aan de oppervlakte van het water. dus toch? dacht ik schokkend. mijn schedel trok samen tot een angstaanjagende grimas en ik zakte in elkaar. de drie kinderen lachten. 'wat doet die gekke man nou papa? doet hij een dutje, daar, in het gras bij het slootje?'
en ik wist het antwoord al lang voordat zij het uitgilden als speenvarkens.

(hoor mij dit voorlezen. waarom?)

21-05-2008

strawberry sandwich

het zwarte stoompaard stormt snoevend langs huizen links en rechts van hem, schiet voorbij verschrikt opkijkende gezichten van mensen op weg, zijn metalen hoeven klepperend op de duizenden donkerrode bakstenen. zijn zijdezachte berijdster draagt een okerblauwe cape die naar achter geslagen op en neer wappert terwijl ze voorovergebogen met haar armen om zijn hals fluistert. na honderdveertig dagen en nachten glanzend razend inktzwart draaikolken stort het paard in, struikelend over zijn poten, zijn spieren zwetend, en met een olympische dreun scheurt het over de straatkeien en eindigt. aldaar hopt zij met lichte tred van de massa lillend paardenvlees af en slentert achteloos verder met haar cape als cocon. the butterfly blast band schreeuwt en stompt en rolt en dendert tot vlak naast haar. het babykoekje in haar mond. rode kringen onder haar ogen met felblond haar tot haar navelgat. de lege ringvinger reflecteert in het grote voorraam van de huiskamer. 'you're not the man i'm looking for'; 'i want to séé the music'; 'is this a personal visit?'; ze geeft de papieren en gebaart. een vers paard gallopeert de hoek om en stopt glimmend vlak voor haar voeten. weg is ze.

14-05-2008

spoiled children

een vallende appel landt zachtjes stuiterend in het groene sappige gras van de tuin waar de boom stevig in geworteld is. de wortels van de boom reiken tot het centrum van de aarde terwijl de kruin van de boom groen tot het firmament opvloeit. de naakte kinderen kwamen olijk lachend aanhuppelen en gooiden de appel in het rond. steeds ving één van hen de appel net op tijd op met het soort dierlijke lenigheid dat je ziet bij antilopes, muizen, katten. uiteindelijk bracht de grootste van hen de appel naar de mond, nadat hij hem stevig in zijn vuist geklemd had en het vruchtsap over zijn pols droop. de glanzend witte tanden namen een langzaam krakende hap en zijn gelaatsuitdrukking toonde een triomphantelijke overwinningsroes.
de groep kinderen lachte en danste, ook al was het daar veel te vroeg voor. de zon en de maan gaven elkaar een knipoog en verlieten voor deze ene keer hun vaste routine om mee te dansen met de jeugdelingen, die nu begonnen waren aan een wilde rondedans om de appeleter heen. 'ha! ha!' riepen ze met hun gouden kikkerkeeltjes.

toen rees vanuit de grond een donkere gedaante die het dansen verstomde en de zon en maan wegjoeg en de boom deed verschrompelen. met zijn bonige gifgroene vingers plukte hij het stuk appel uit de openhangende, trillende mond van de jongen. even hield hij het in zijn vingers en draaide het rond, keurend, met zijn doordringende ogen en scherpe kaaklijn; toen stopte hij het bijna nonchalant in zijn eigen mond. hij kauwde twee keer en slikte. de naakte kinderen rilden gedurende de ijzige, urenlange monoloog die hij daarop liet volgen. één voor één dropen ze af tot alleen de appeleter over was, op zijn knieën gedwongen. 'sorry', mompelde hij, 'sorry, ik wist ook wel dat die appel niet voor mij was.'
en uit zijn maag staken stukken hout en zijn ogen veranderden in saphieren, zijn neusgaten vulden zich met puur zilver, zijn haren werden van gulden spinsel, zijn handen en voeten trokken samen en stulpten uit. en zo zit hij daar tot de dag van vandaag, en zijn baard groeit en groeit en niemand vraagt hem nog waarom.